El Alamein

De avond is gevallen als Achmed en ik op weg zijn van Alexandrië naar El Alamein. De kustweg loopt door een kale woestijnvlakte en in het donker krijg ik het gevoel door een zwart gat te rijden. Geen verlichting geen ander verkeer. Rond 22.00 uur komen we aan en ons eerste doel is het zoeken van een onderkomen. Het barst er van de protserige vakantieresorts met foeilelijke hotels. Daar willen we niet zijn. We vinden uiteindelijk een vriendelijk en simpel hotelletje voor 300 pond per kamer, inclusief ontbijt. We zijn de enige gasten. Achmed stelde nog voor om zelf in de auto te blijven slapen, dat scheelt weer in de kosten, maar daar wil ik niet van horen. Ik een kamer, hij een kamer. Als we zijn geïnstalleerd, drinken we nog een whisky en roken een joint. Wel bij hem op de kamer, want dan kan ik weg wanneer ik wil. De whisky en de hash vallen verkeerd en ik kan me met moeite staande houden als ik naar mijn kamer waggel. Ik slaap ook nog ’s rottig, mijn hoofd tolt en het lijkt alsof er iemand voortdurend aan mijn bed schudt. In werkelijkheid rijdt er onder mijn raam een vrachtwagen de hele nacht af en aan met bouwmaterialen en schrik ik elk half uur wakker. Met moeite sta ik de volgende dag op en besluit om NOOIT meer hash te roken, NOOIT meer whisky te drinken en nog wat goede voornemens met de bedoeling om beter voor mezelf te zorgen.

De slag bij El Alamein

El Alamein bestaat hoofdzakelijk uit gedenktekens voor slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog. In 1942 vonden hier twee belangrijke veldslagen plaats die een keerpunt betekenden in de strijd tussen de geallieerden en de asmogendheden. Het Afrikakorps onder leiding van Rommel werd verslagen door generaal Montgomery. Hierbij vielen zo’n 80.000 doden en gewonden. Het moet verschrikkelijk zijn geweest. Montgomery kreeg natuurlijk de heldenstatus die hij verdiende en hij kreeg in 1946 de eretitel van burggraaf Montgomery van Alamein. Omdat ik niet weet wat dat is, zoek ik het even op: burggraaf is een adellijke titel, hoger dan baron, lager dan graaf. De titel is erfelijk en zo kan het verkeren dat zijn zoon David Montgomery tweede burggraaf is van Alamein. Enfin.

Ik breng de dag door met bezoeken aan de Duitse, Italiaanse en Britse monumenten (er is vooral gevochten door soldaten uit de Common Wealth). Er is ook een oorlogsmuseum waarin alles goed wordt uitgelegd en er staat wat wapentuig. De omgeving biedt een serene
aanblik, het is er doodstil en de bewakers in wit zomertenue zitten te suffen in de schaduw. Op de meeste plekken ben ik alleen, uitgezonderd van enkele Aziatische bezoekers die per minibusje arriveren. Ik lees in
de toeristengids dat de omgeving van Alamein vooral wordt bejubeld door gasten die genieten van de witte stranden en de aangename temperatuur. Het blijkt een belangrijk vakantiegebied te zijn. Aha, nu begrijp ik de aanwezigheid van de vele resorts die we de avond hiervoor in het donker passeerden. Ik dacht dat die er waren voor de historisch geïnteresseerden, maar neen, die zijn er voor de liefhebbers van zon, zand en zee. Ik vind er niet veel aan, zover als het oog reikt is het een kale zandvlakte.

Na een paar uur houd ik het voor gezien. De ernst en de treurigheid van de plek beroeren mijn gemoed en brengen me in een staat van contemplatie. Hier is gevochten voor mijn vrijheid. Met dit besef denk ik aan een uitspraak van mijn moeder (Amsterdam 1918-1989) ’tel je zegeningen’, met andere woorden: besteedt niet te veel tijd aan kleine ongemakjes, we hebben ’t nog nooit zo goed gehad.Sigaretten

Terug naar de auto, naar een rokende Achmed. (Cleopatra 11 EP)

We bepraten wat we verder gaan doen die dag. Het is 15.00 uur en bloedheet. Achmed stelt voor om door te rijden naar de oase van Siwa, zo’n vijf uur daar vandaan. Het moet er prachtig zijn, maar ik ben ’t autorijden zat en stel voor om weer terug te gaan naar Caïro, naar mijn comfortabele airconditioned Mövenpick hotel. En zo wordt besloten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *