Grote passen, laat thuis

wandelverhalen

Waar: 34°13’46 O en 29°04’37 N. Temperatuur: 25° volop zon. Met wie: neef Wouter. Wanneer: eind november 2017.

Zand

Wij wandelen ten westen van Nuwayba (Sinaï)

Deze week kiezen we voor het zand. Lopen in zand is véél zwaarder dan op strakke paden en brede lanen, ik schat één op vier. Met andere woorden: één kilometer zwoegen door het zand staat gelijk aan vier kilometer kuieren door het vlakke Hollandse polderlandschap. Daarom vertel ik hier het aantal gelopen uren en niet de hoeveelheid kilometers, want dan lijkt het net alsof we niets hebben gedaan. Het werd, met alle handicaps meegerekend, vier uur lopen. Een handicap is bijvoorbeeld de scherpe zon, waartegen we ons goed moeten beschermen. Een tweede handicap zijn de zandduinen waarvan je je gemakkelijk laat afrollen, maar met een enorme kracht tegenop moet klimmen. Dat lukt mij ternauwernood. Een touw dat me helpt omhoog hijsen zou wel handig zijn, maar is er natuurlijk niet, alles op eigen vermogen. Het is bootcamping, de fitnessrage in Nederland, maar hier doodnormaal.

Hoe komen we daar?

Sjoebah, Wardah, AbuLuca

AbuLuca en ik brengen een paar dagen door in de bergen van de Sinaï. We komen daar met de Toyota pickup van Sabah, die ons begeleidt. En er duikt nog een bedoeïen op – Sjoebah – met twee kamelen, die ons naar het prachtige gebied brengen waar we gaan wandelen. Het maakt onze reis compleet. We ervaren uitsluitend stilte en immense vergezichten met bergketens en zandwoestijnen. Tegen de avond een korte schemering wanneer de zon als een vuurbal verdwijnt achter de bergen. Dan volgt een rode gloed en daarna is het snel stikkedonker. Wat ons oog dan nog trekt is het vuur onder de stoofschotel die Sabah heeft klaargemaakt. Smullen geblazen.

Hoe slaap ik eigenlijk?

’s Nachts in mijn slaapzak onder de sterrenhemel wens ik dat het altijd zo kan blijven. Totdat mijn droomwereld wordt verstoord door de harde werkelijkheid: het gesnurk van AbuLuca en Sjoebah. Godsamme, wakker liggen dus. Ik had ook 500 meter verderop moeten gaan liggen achter een bergrug. Morgen dan maar.
De volgende ochtend staan Sjoebah en AbuLuca kakelvers hun slaapzak op te rollen en is Sabah deeg aan het kneden voor plat brood. Ik laat het afweten, afgepeigerd van de slapeloze nacht. Eenmaal op de been en een zanddouche uit zicht van mijn medereizigers knap ik helemaal op en kan er weer tegenaan. Na het heerlijke ontbijt en de zoete thee, trekken we langzaam verder met de karavaan richting het einde van de wereld.

Waardering: 10+
Routebeschrijving: niet nodig. Uitsluitend met gids. 

p.s. Abu betekent vader en dan volgt de naam van de oudste zoon. Sabah heet ook wel AbuFeisal.

Ter illustratie dit filmpje: embedded in Sinaï.